ECLI:NL:GHDHA:2026:2936

ECLI:NL:GHDHA:2026:2936

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 200.359.121/01
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2025:12341

Samenvatting

huurovereenkomst woonruimte; moet huurder kosten stadsverwarming dragen?

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.359.121/01

Zaak- en rolnummer rechtbank : 11295139 \ CV EXPL 24-2910

Arrest van 29 september 2026

in de zaak van

[appellant] ,

wonend in [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. M.S. Aziz, kantoorhoudend in Den Haag,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonend in [woonplaats] ,

geïntimeerde,

niet verschenen.

Het hof noemt partijen hierna [appellant] en [geïntimeerde] .

1. De zaak in het kort

[appellant] verhuurt woonruimte aan [geïntimeerde] . De vraag is of [appellant] de kosten die aan hem in rekening worden gebracht in verband met de levering van stadswarmte mag doorberekenen aan [geïntimeerde] . De kantonrechter heeft geoordeeld dat dat niet het geval is.

Het hof neemt nog geen eindbeslissing. Het hof stelt [appellant] in de gelegenheid om te specificeren (en met stukken te onderbouwen) uit welke componenten de aan hem in rekening gebrachte kosten bestaan, zodat het hof kan zien in hoeverre die kosten verband houden met verbruik van warmte door [geïntimeerde] danwel naar hun aard voor rekening van de eigenaar horen te blijven.

2. Procesverloop in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 3 september 2025 met daarin de grieven, met bijlagen, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 25 juni 2025.

3. Feitelijke achtergrond

[geïntimeerde] huurt sinds 3 juni 2023 woonruimte aan [adres] (hierna: de woning) van [appellant] . De aanvangshuurprijs was € 1.750,- per maand. De woning maakt deel uit van een flatgebouw.

In de huurovereenkomst is - voor zover hier relevant - het volgende opgenomen:

“ 4.4 Huurprijs Per betaalperiode van één maand bedraagt

de huurprijs van de woning € 1.750,=

de servicekosten (exclusief gas, water en elektra) € 0,=

€ 1.750,=

(…)

Huurder is zelf verantwoordelijk voor het aangaan van contracten / abonnementen met betrekking tot het gas, water en elektra en internet / televisie. Ook het doorgeven van meterstanden bij betreffende instanties valt onder de verantwoordelijkheid van huurder. Indien een of meerdere van deze diensten door overmachtsomstandigheden geleverd dienen te worden geleverd door verhuurder aan de huurders dan worden de kosten hiervoor doorberekend aan huurders welke op hun beurt deze kosten d.m.v. vooruitbetaling per maand dienen te voldoen aan verhuurder. Huurder dient op eerste verzoek van verhuurder bewijs van aanmelding aan te tonen bij de leverancier van diensten als water, gas en elektra. (…)

(…)

Nutsvoorzieningen

Huurder dient direct na oplevering van het gehuurde zorg te dragen voor overschrijving van de voorzieningen van gas, water, elektra, internet, kabeltelevisie en telefonie en bewijs hiervan te zenden aan diens beheerder. De kosten voor gas, water, elektra, kabeltelevisie, internet en telefonie zijn nadrukkelijk niet inbegrepen in de huur.”

4. Procedure bij de kantonrechter

[appellant] heeft [geïntimeerde] gedagvaard en gevorderd - samengevat en voor zover in dit hoger beroep van belang:

een verklaring voor recht dat de stookkosten voor het gebruik van warmte in de woning voor rekening van [geïntimeerde] komen;

veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van de reeds (door [appellant] ) voldane stookkosten van € 1.722,- (de maandelijkse voorschotten voor de maanden december 2023 t/m juli 2024), te vermeerderen met de wettelijke rente.

[appellant] heeft daaraan ten grondslag gelegd dat hij per december 2023 facturen van Techem heeft ontvangen voor de kosten van stadswarmte voor de woning, dat hij [geïntimeerde] heeft laten weten dat hij als huurder deze stookkosten moet betalen, maar dat [geïntimeerde] dat niet wil doen. [appellant] heeft toegelicht dat warmte centraal wordt ingekocht voor alle woningobjecten van [naam] . De vereniging van eigenaren (de VvE) verzorgt namens de bewoners de inkoop van warmte en laat vervolgens de verbruikskosten per woning door Techem doorberekenen en factureren. In de huurovereenkomst is overeengekomen dat de kosten van nutsvoorzieningen, waar deze stookkosten onder vallen, voor rekening van huurder [geïntimeerde] komen, aldus [appellant] .

[geïntimeerde] heeft betwist dat hij deze kosten moet betalen. Hij heeft aangevoerd dat hij, conform artikel 4.7 van de huurovereenkomst, zelf een contract heeft afgesloten voor de levering van gas en stroom met Budget Energie, dat hij voor de door hem gebruikte verwarming al aan Budget Energie betaalt en dat niet valt in te zien waarom hij ook nog eens aan [appellant] moet betalen. Daarbij komt dat niet inzichtelijk waar de door [appellant] ingebrachte facturen op slaan. Uit de door [appellant] ingebrachte stukken kan slechts worden afgeleid dat het VvE-kosten zijn die al dan niet over verschillende eigenaren worden verdeeld. Die kosten kunnen volgens [geïntimeerde] niet zomaar bij de huurder in rekening worden gebracht.

De kantonrechter heeft de hiervoor beschreven vorderingen van [appellant] afgewezen en heeft dat in rechtsoverweging 4.11 als volgt toegelicht:

“De huurovereenkomst laat zich naar het oordeel van de kantonrechter als volgt uitleggen. De kosten van de nutsvoorzieningen, waaronder stookkosten vallen, komen voor rekening van de huurder. De huurder mag de levering van nutsvoorzieningen zelf regelen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. Er is niet overeengekomen dat de woning via ‘stadswarmte’ verwarmd wordt en dat de verhuurder kosten voor deze levering doorrekent aan de huurder. [appellant] had moeten onderbouwen dat dit wel schriftelijk afgesproken was om zijn vordering te laten slagen. Dit heeft hij niet gedaan. [geïntimeerde] heeft gesteld en onderbouwd dat hij zelf een contract voor de levering van gas en stroom heeft afgesloten bij Budget Energie; hij neemt dus geen gas en stroom af van (de leverancier van) [appellant] . De vordering voor de betaling van stookkosten en de verklaring voor recht dat de stookkosten voor rekening komen van [geïntimeerde] zullen dus worden afgewezen.”

5. Vorderingen in hoger beroep

[appellant] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter over de stookkosten en wil dat het hof het vonnis op dit punt vernietigt. Het vonnis bevat ook beslissingen op andere punten, maar die liggen in hoger beroep niet voor. [appellant] vordert in hoger beroep:

een verklaring voor recht dat de stookkosten die via Techem aan Vattenfall moeten worden betaald voor rekening van [geïntimeerde] komen en door [geïntimeerde] dienen te worden gedragen;

een verklaring voor recht dat de stookkosten over de periode van december 2023 t/m september 2025 à € 4.823,- voor rekening van [geïntimeerde] komen;

veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2024 (hof: de dag van de inleidende dagvaarding) tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties.

6. Beoordeling in hoger beroep

[geïntimeerde] is in hoger beroep niet verschenen en tegen hem is verstek verleend. In die situatie moet het hof door beoordeling van de door [appellant] aangevoerde grieven nagaan of [appellant] met succes opkomt tegen het vonnis van de kantonrechter. Is dat niet het geval, dan blijft die uitspraak in stand. Indien een of meer grieven slagen, dan dient het hof op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep het door [geïntimeerde] in eerste aanleg gevoerde verweer in zijn beoordeling te betrekken.

[appellant] heeft in hoger beroep de stookkosten als volgt nader toegelicht. De warmte voor de flat aan de [naam] wordt uitsluitend geleverd door Vattenfall in de vorm van stadswarmte. Dat leidt tot een gezamenlijke warmterekening voor de gehele flat. Die gezamenlijke rekening wordt vervolgens door Techem verdeeld over alle woningen volgens een verdeelsleutel. Een deel van de rekening wordt verdeeld naar oppervlakte van elke woning. De rest van het bedrag wordt verdeeld op basis van de gemeten warmte-eenheden per woning. Die warmte-eenheden worden gemeten door de blokjes op de radiator die Techem op afstand uitleest.

[appellant] heeft facturen overgelegd van maandelijkse voorschotbedragen die Techem (al dan niet namens de VvE) aan hem in rekening heeft gebracht. Die voorschotbedragen liggen over de periode van december 2023 tot en met september 2025 tussen € 200 en € 230 per maand en komen uit op totaal € 4.823,- voor die periode.

De grieven die [appellant] tegen het vonnis van de kantonrechter heeft aangevoerd komen op het volgende neer. De huurovereenkomst houdt in dat [geïntimeerde] als huurder moet betalen voor de levering van warmte, en dus voor de hiervoor beschreven stookkosten voor de woning. [geïntimeerde] beroept zich weliswaar op een overeenkomst die hij met Budget Energie heeft afgesloten, maar hij heeft geen bewijs geleverd dat Budget Energie ook warmte aan de woning levert. [appellant] is de enige partij die betaalt voor het gebruik van warmte door [geïntimeerde] en zijn gezin, en dat is in strijd met de huurovereenkomst en het beginsel van de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter heeft dat volgens [appellant] miskend.

Het hof stelt voorop dat het bij de uitleg van de bepalingen van de huurovereenkomst aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de huurovereenkomst zo moet worden uitgelegd dat de kosten van de nutsvoorzieningen, waaronder stookkosten vallen, voor rekening van de huurder komen. Dat is in hoger beroep niet bestreden, zodat ook het hof ervan uitgaat dat de kosten in verband met warmteverbruik voor rekening van huurder [geïntimeerde] dienen te komen. Overigens zou het hof, zelfstandig oordelend, ook tot deze uitleg van de huurovereenkomst komen. Uit artikel 11.10 van de huurovereenkomst blijkt namelijk duidelijk dat nutsvoorzieningen, waartoe levering van warmte hoort, niet zijn inbegrepen in de huurprijs en dat deze voor rekening van de huurder komen. [geïntimeerde] had dat redelijkerwijs ook niet anders kunnen begrijpen.

[appellant] heeft in hoger beroep gesteld dat de woning uitsluitend warmte geleverd kan krijgen via de stadsverwarming die Vattenfall aan de gehele flat levert, en dat hij tot op heden voor door [geïntimeerde] gebruikte stadsverwarming betaalt. [geïntimeerde] heeft in de procedure bij de kantonrechter aangevoerd dat hij zelf warmte heeft geregeld via zijn contract met Budget Energie (conclusie van antwoord nr. 23; “Hij gebruikt dus verwarming, maar betaalt hiervoor aan Budget Energie”). Het hof kan dat echter niet opmaken uit de door [geïntimeerde] overgelegde, weinig specifieke stukken die betrekking hebben op de overeenkomst met Budget Energie. Uit de overzichten van de aan Budget Energie betaalde maandbedragen en de hoogte van die bedragen valt ook niet (voldoende duidelijk) af te leiden dat [geïntimeerde] zelf in zijn warmte voorziet. Dat brengt mee dat het hof deze stelling van [geïntimeerde] niet als vaststaand kan aannemen.

Dat betekent echter niet dat de vorderingen van [appellant] zonder meer kunnen worden toegewezen. [geïntimeerde] heeft er in de procedure bij de kantonrechter namelijk ook nog op gewezen dat [appellant] niet inzichtelijk heeft gemaakt waar de kosten die Techem aan [appellant] in rekening heeft gebracht precies betrekking op hebben. Het hof is van oordeel dat [appellant] , onderbouwd met voldoende specifieke stukken, nader inzicht dient te geven in de componenten waaruit de door Techem voor de woning in rekening gebrachte bedragen bestaan. Daaruit zal moeten blijken in hoeverre het gaat om kosten die (voldoende) verband houden met het (door [appellant] gestelde) daadwerkelijke verbruik door [geïntimeerde] van door Vattenfall geleverde stadswarmte, en in hoeverre om kosten die gelet op hun aard voor rekening van de eigenaar van de woning horen te blijven. De door [appellant] overgelegde facturen van maandelijkse voorschotbedragen geven daarin geen enkel inzicht en de zeer algemene uitleg bij de wijze van berekening van de kosten per woning (hiervoor weergegeven onder 6.2.) voldoet evenmin. Het hof zal [appellant] in de gelegenheid stellen om een nadere akte te nemen waarbij hij het voorgaande, aan de hand van voldoende specifieke stukken, inzichtelijk kan maken.

7. Beslissing

Het hof:

Dit arrest is gewezen door mr. H.J.M. Burg, mr. A.A. Muilwijk-Schaaij en mr. F. van der Hoek en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand