ECLI:NL:GHARL:2026:6391

ECLI:NL:GHARL:2026:6391

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 06-10-2026
Zaaknummer 21-005342-25
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Het hof veroordeelt een 42-jarige verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden voor het plegen van ontucht met een meisje van (destijds) net 15 jaar, welke ontucht onder meer bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt toegewezen

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats]

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B. Tijsterman, advocaat te Tilburg, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. M. Rotgans, hebben aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 9 december 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte ter zake van:

- met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 149 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren. Daarnaast heeft de rechtbank beslist op het beslag.

Verder heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 14.500, waarvan € 7.000,- uit materiële schade en € 7.500,- uit immateriële schade bestaat, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden en op juiste wijze heeft beslist en zal het vonnis bevestigen, behalve voor zover het de strafoplegging en de beslissingen omtrent de vordering van de benadeelde partij betreft. Ten aanzien van die onderdelen van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.

Voor wat betreft de overige onderdelen van het vonnis – daaronder begrepen de beslissing omtrent het beslag – brengt hetgeen in hoger beroep aan de orde is geweest, het hof niet tot andere overwegingen of beslissingen dan de rechtbank, zodat het vonnis voor het overige zal worden bevestigd.

Oplegging van straf

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte dezelfde straf op te leggen als door de rechtbank is opgelegd.

Oordeel van het hof

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst en omstandigheden van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een meisje van

(destijds) net 15 jaar, welke ontucht onder meer bestond uit het seksueel

binnendringen van het lichaam. Daarbij zijn meerdere handelingen uitgevoerd die vallen

onder de noemer BDSM, zoals het vastmaken van de benen met een spreaderbar, het langdurig vastketenen aan een bed en het slaan met paddles op de billen, terwijl in de mond van aangeefster een balgagg zat en hij zijn vingers in haar vagina deed. Het ging dus om zeer vergaande seksuele handelingen.

Het hof neemt verder in aanmerking dat verdachte aangeefster pas kort kende, hij wist dat ze seksueel nog niet actief was en dat zij bovendien bijzonder kwetsbaar was. Zij was depressief en deed aan automutilatie. Verdachte was hiervan op de hoogte en heeft hier misbruik van gemaakt. Verdachte was zich daarbij bewust van het strafbare karakter van zijn handelen. In de tussen hem en aangeefster gewisselde chatberichten staat dat het leeftijdsverschil hem behoedzaam maakte, want daar kon hij “echt mee in de problemen raken.”

Minderjarigen van onder de zestien jaar genieten bijzondere bescherming onder de

zedenwetgeving. Juist omdat zij zich in een kwetsbare ontwikkelingsfase bevinden en gelet

op hun jeugdige leeftijd onvoldoende in staat worden geacht zelf hun seksuele integriteit te bewaken en de consequenties van hun eigen handelen in te schatten. Verdachte heeft door zijn handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van aangeefster geschonden, zonder oog te hebben voor haar bijzondere kwetsbaarheid. Aangeefster heeft dit treffend verwoord in haar aangifte: ‘zij voelde zich als een pop die aangekleed en gebruikt werd.’ Verdachte heeft aangeefster de kans ontnomen om haar eerste seksuele ervaringen op haar eigen tempo op te doen binnen een gelijkwaardige verhouding met een leeftijdsgenoot en het hof rekent verdachte dit zwaar aan.

Het bewezenverklaarde handelen van de verdachte heeft ook een zeer grote impact gehad op aangeefster. Uit de vordering tot schadevergoeding en de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat aangeefster leidt aan complexe PTSS en dat zij, ondanks jarenlange therapie, tot op de dag van vandaag moeite heeft dit hoofdstuk uit haar leven af te sluiten.

Persoonlijke omstandigheden van verdachte

Het hof houdt rekening met het rapport van de psycholoog en het reclasseringsadvies.

Daaruit komt – kort samengevat – uit naar voren dat de toenmalige partner van verdachte een aantal maanden voor het bewezenverklaarde zelfmoord heeft gepleegd, waardoor verdachte in een depressie en een sociaal isolement is geraakt. Het seksuele contact met het slachtoffer was hier een reactie op. Dit gaf hem een goed gevoel en spanning, waardoor zijn negatieve gevoelens en gedachten vanuit de depressie naar de achtergrond gingen. Het gedrag was een reactie op zijn depressie, waarbij de behoefte aan het vermijden van zijn sombere realiteit groter is geweest dan de opspeling van zijn geweten over de minderjarigheid van het slachtoffer. De psycholoog adviseert het bewezenverklaarde de verdachte in (licht) verminderde mate toe te rekenen, welk advies het hof overneemt.

Verdachte heeft de duistere periode grotendeels achter zich kunnen laten. Hij heeft werk, een woning en een stabiele relatie. De verdachte is zich bewust van zijn psychische kwetsbaarheid en is geneigd vrijwillig hulp te zoeken als het minder goed met hem gaat. Zowel de reclassering als de psycholoog benadrukken dat de verdachte spijt- en schuldgevoelens heeft als hij reflecteert op zijn handelen, zoals ook ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Het risico op herhaling wordt ingeschat als laag.

Concluderend

Hoewel het hof begrijpt dat een gevangenisstraf grote gevolgen zal hebben voor verdachte kan, gelet op de ernst van het feit en de impact die dit heeft gehad op het kwetsbare slachtoffer, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van substantiële duur met zich meebrengt. Het hof heeft daarbij ook gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd. Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat het tijdsverloop in deze zaak niet in strafmatigende zin moet worden meegewogen. De aard van het misdrijf brengt met zich dat een slachtoffer vaak niet direct tot melding kan overgaan, bijvoorbeeld vanwege angst, schaamte of de impact van de gebeurtenissen.

Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden. Dit is hoger dan de advocaat-generaal heeft gevorderd maar die gevorderde straf doet naar het oordeel van het hof onvoldoende recht aan de ernst van het bewezenverklaarde en de gevolgen voor het slachtoffer.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 31.600,- ingediend, bestaande uit € 21.600,- materiële schade en € 10.000,- immateriële schade. De rechtbank heeft de vordering voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 14.500,-. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij integraal dient te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de vordering ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat een behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daartoe heeft de raadsman naar voren gebracht dat er enkel in een civiele procedure voor partijen voldoende gelegenheid is om hierover stellingen in te nemen, omdat de verdediging in een strafprocedure hiervoor over onvoldoende verdedigingsrechten beschikt. Verder heeft de verdediging ten aanzien van de immateriële schade aangevoerd dat deze gematigd dient te worden en bepleit dat een toewijzing variërend tussen de € 500,- en € 2.500,- passend is.

Oordeel van het hof

Materiële schade

Het hof is van oordeel dat behandeling van de gevorderde materiële schade geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daartoe overweegt het hof dat de raadsman niet voldoende naar voren heeft gebracht tegen welke onderdelen van de gevorderde materiële schade de verdediging zich niet heeft kunnen verweren en ook niet concreet heeft aangegeven ten aanzien van welke elementen hij een deskundige zou willen horen of aanvullend onderzoek nodig is. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering worden ontvangen.

Verder is het hof uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte studievertraging heeft opgelopen en daardoor rechtstreeks € 21.600,- schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd. Het hof zal de gevorderde materiële schade daarom integraal toewijzen.

Immateriële schade

Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) geeft een limitatieve opsomming van de gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, te weten in geval van:

a. oogmerk om zodanige schade toe te brengen;

b. lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting in de persoon op andere wijze;

c. bepaalde gevallen van aantasting van de nagedachtenis van een overledene.

Van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is sprake in geval van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, de persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij

[benadeelde] door het bewezenverklaarde handelen van verdachte geestelijk letsel heeft opgelopen. Uit haar schriftelijke slachtofferverklaring en de producties behorend bij de vordering tot schadevergoeding blijkt dat ze door het bewezenverklaarde een complexe posttraumatische stressstoornis heeft opgelopen. Ze heeft hierdoor nog altijd angstklachten, ondanks langdurige professionele hulpverlening. Daarbij is ze altijd op haar hoede en wordt ze in haar dagelijkse bezigheden ernstig belemmerd. Dit alles is aan verdachte toe te rekenen.

Het hof heeft acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’ (hierna: RS), een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de vaststelling en begroting van schade als hier aan de orde. Uit RS blijkt dat een bedrag aan schadevergoeding tussen de € 16.000,- en

€ 41.000,- (categorie 14.2 onder b) wordt toegekend bij een ernstige vorm van een posttraumatische stressstoornis, waarbij met professionele hulp een bepaalde mate van herstel kan worden bereikt, maar in de nabije toekomst aanzienlijke beperkingen blijven bestaan.

Gelet op deze bedragen aan immateriële schadevergoeding, die volgens de RS in vergelijkbare gevallen doorgaans worden toegekend, komt de gevorderde immateriële schadevergoeding het hof in zijn geheel niet overmatig voor en acht het hof toewijzing van een bedrag van € 10.000,- billijk.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 57 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 31.600,00 (eenendertigduizend zeshonderd euro) bestaande uit € 21.600,00 (eenentwintigduizend zeshonderd euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 31.600,00 (eenendertigduizend zeshonderd euro) bestaande uit € 21.600,00 (eenentwintigduizend zeshonderd euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 163 (honderddrieënzestig) dagen.

Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 1 september 2022 en van de immateriële schade op 3 april 2016.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door

mr. J.A.M.J. Janssen – Timmermans, voorzitter,

mr. A. van Maanen en mr. N.E. Kwak, raadsheren,

in aanwezigheid van mr. G.J.H. van Vliet, griffer,

en op 2 oktober 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. van Maanen
  • mr. N.E. Kwak

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand