ECLI:NL:GHARL:2026:6298

ECLI:NL:GHARL:2026:6298

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 200.374.287/01
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

WSNP, weigering toepassing schuldsaneringsregeling, artikel 288 lid 1 aanhef en onder a Fw, onvoldoende aannemelijk dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, schuldeiser had een redelijk betalingsvoorstel gedaan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer 200.374.287/01

(zaaknummer rechtbank [zaaknummer] )

arrest van 1 oktober 2026

inzake

[schuldenaar]

die woont in [woonplaats]

die hoger beroep heeft ingesteld

hierna te noemen: [schuldenaar]

advocaat: mr. E.P. Groot, die kantoor houdt in Groningen

1. Het verloop van de procedure bij de rechtbank

In een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 20 augustus 2026 is het verzoek van [schuldenaar] tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op haar afgewezen.

2. Het verloop van de procedure in hoger beroep

In een beroepschrift, ontvangen door de griffie van het hof op 27 augustus 2026, heeft [schuldenaar] verzocht dit vonnis te vernietigen en alsnog te bepalen dat zij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Het hof heeft het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank opgevraagd bij de rechtbank en dit proces-verbaal is op 22 september 2026 ontvangen. Hiervan is ter zitting een kopie verstrekt aan mr. Groot.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 september 2026, waarbij [schuldenaar] is verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Ook was aanwezig de heer [naam] , schuldhulpverlener bij Bureau Benedictus.

3. De beoordeling

De feiten

De totale schuldenlast van [schuldenaar] bedraagt volgens het inleidend verzoekschrift € 114.950,47. De schulden zijn als volgt ontstaan.

[schuldenaar] was samen met haar (in 2025 overleden) echtgenoot eigenaar van een woning aan de [adres1] in [dorp] . De woning is door [schuldenaar] en haar echtgenoot in eigen beheer gebouwd. In augustus 2019 is de woning verkocht en vervolgens overgedragen aan mevrouw [schuldeiser] .

[schuldeiser] is een procedure gestart tegen [schuldenaar] en haar echtgenoot, omdat er sprake was van diverse (verborgen) gebreken. De rechtbank Noord-Nederland heeft in een vonnis van 15 november 2023 [schuldenaar] en haar echtgenoot veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 48.147 aan [schuldeiser] . Dit bedrag is door [schuldenaar] voldaan.

[schuldeiser] heeft tegen het vonnis van de rechtbank hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een arrest van 5 augustus 2025 het vonnis van de rechtbank vernietigd en [schuldenaar] veroordeeld tot betaling van een totaalbedrag van € 311.704,41.

[schuldenaar] en haar echtgenoot zijn een tweetal leningen aangegaan om de juridische kosten voor het voeren van verweer in deze procedures te dekken, zijnde leningen van € 3.450,47 respectievelijk van € 11.500. Deze leningen staan op de schuldenlijst van [schuldenaar] vermeld.

[schuldenaar] heeft haar woning aan de [adres2] in [woonplaats] verkocht en overgedragen aan de koper in februari 2026. [schuldeiser] heeft daarbij uit hoofde van het door haar gelegde beslag een bedrag van € 216.940 ontvangen. De nog resterende schuld van [schuldenaar] aan [schuldeiser] bedraagt ongeveer € 100.000.

[schuldenaar] is 71 jaar en ontvangt een pensioen- en AOW-uitkering. [schuldeiser] heeft in oktober 2025 beslag gelegd op de uitkeringen van [schuldenaar] .

Namens [schuldenaar] heeft Bureau Benedictus in maart 2026 aan de schuldeisers een schuldregeling aangeboden in de vorm van een spaarakkoord, waarbij de crediteuren betaling van 8% van hun vordering kunnen verwachten. [schuldeiser] heeft een tegenvoorstel gedaan, inhoudende betaling van € 500 per maand voor een periode van 12,5 jaar (totaal € 75.000). [schuldenaar] is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [schuldeiser] heeft vervolgens een tweede voorstel gedaan, namelijk betaling van € 750 per maand voor een periode van 6 jaar (totaal € 54.000). Ook met dit voorstel is [schuldenaar] niet akkoord gegaan, waarbij is aangegeven dat zij om toelating tot de WSNP zal verzoeken.

De rechtbank heeft het verzoek van [schuldenaar] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat onvoldoende is gebleken van een toestand van opgehouden zijn te betalen en evenmin is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden. De rechtbank overweegt dat [schuldenaar] voldoende spaarcapaciteit heeft om de schuld af te betalen.

[schuldenaar] kan zich niet vereniging met de beslissing van de rechtbank en heeft hoger beroep ingesteld.

Het oordeel van het hof

Het hof stelt voorop dat artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet bepaalt dat een verzoek om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling slechts wordt toegewezen als voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar:

niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;

ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend, te goeder trouw is geweest;

en de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

De schuldenaar dient dit aannemelijk te maken.

Uit het dossier is gebleken dat de schuldenlijst van [schuldenaar] bestaat uit een schuld van (ongeveer) € 100.000 aan [schuldeiser] en een schuld van € 14.950,47 aan twee crediteuren uit hoofde van lening. Het inkomen van [schuldenaar] bedraagt € 2.721,03 en bestaat uit een AOW- en pensioenuitkering. [schuldeiser] heeft loonbeslag gelegd op de uitkeringen van [schuldenaar] . Uit het dossier blijkt dat de beslagvrije voet in geval van [schuldenaar] € 1.744 bedraagt. [schuldenaar] heeft verklaard dat via het beslag ongeveer € 1.000 per maand wordt afbetaald op de schuld aan [schuldeiser] . Er wordt, aldus [schuldenaar] , op dit moment niet afbetaald op de twee leningen, omdat daar nu geen ruimte voor is.

Het tweede voorstel van [schuldeiser] , waarin zij een substantieel deel van haar vordering prijsgeeft, is niet door [schuldenaar] aanvaard. Op de mondelinge behandeling bij het hof heeft [schuldenaar] toegelicht dat zij niet akkoord kon gaan met dit voorstel, omdat zij na afloop van deze regeling nog steeds € 14.950,47 verschuldigd zou zijn aan de andere crediteuren (de leningen) en zij ook na afloop van die 6 jaar nog steeds niet schuldenvrij zal zijn. Zij hebben, zo begrijpt het hof uit de verklaringen van [schuldenaar] ter zitting, de leningen vooralsnog niet opgeëist.

Het hof is van oordeel dat [schuldenaar] niet in de situatie verkeert waarin zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden. De acceptatie van het tweede voorstel van [schuldeiser] leidt namelijk tot betaling van alle schulden binnen een redelijke termijn. Daartoe is het volgende redengevend. [schuldenaar] betaalt op dit moment ongeveer € 1.000 per maand af op haar schulden via het loonbeslag. Naar eigen zeggen leeft [schuldenaar] momenteel op bijstandsniveau, maar kan zij daarvan rondkomen. Indien [schuldenaar] alsnog akkoord gaat met het voorstel van [schuldeiser] tot betaling van € 750 per maand, heeft [schuldenaar] daarmee ruimte om iedere maand € 250 af te betalen op de geldleningen. Dit zou ertoe leiden dat [schuldenaar] gedurende vijf jaren bezig is om de geldleningen af te betalen (15.000 : 250 = 60 maanden). Anders dan [schuldenaar] ter zitting heeft betoogd, kan zij gedurende de periode dat de betalingsregeling met [schuldeiser] loopt wel degelijk de geldleningen afbetalen en is zij na een periode van zes jaren schuldenvrij.

Het hof overweegt verder dat door [schuldenaar] geen, althans onvoldoende omstandigheden zijn aangedragen waaruit zou moeten volgen dat acceptatie van het tweede voorstel van [schuldeiser] niet van haar gevergd kan worden. De leeftijd dan wel gezondheidstoestand van [schuldenaar] zijn daarvoor in ieder geval niet voldoende en – voor wat betreft de gezondheid – ook niet onderbouwd. Het hof acht het voorstel voor het overige ook niet onredelijk. Anders dan [schuldenaar] ter zitting betoogde, is vooralsnog niet gebleken dat [schuldeiser] het aanbod om genoegen te nemen met in totaal € 54.000 niet gestand wil doen. [schuldenaar] heeft overigens ook geen tegenvoorstel gedaan; zij heeft slechts een voorstel gedaan tot betaling van 8% van de openstaande vordering (8% van ca. € 100.000, dus ca. € 8.000). Bij dat laatste kan worden aangetekend dat uit de verklaringen van [schuldenaar] kan worden afgeleid dat zij er kennelijk van uitgaat dat zij de leningen (alsnog) volledig zal afbetalen.

[schuldenaar] heeft nog gesteld dat zij in aanmerking dient te komen voor toelating, omdat sprake is van een uitzichtloze situatie wanneer een schuldenaar niet binnen 3 of 5 jaar alle schulden kan afbetalen. Het hof overweegt dat de enkele omstandigheid dat het aflossen van de schuldenlast nog een aantal jaren kan duren, niet meteen tot het oordeel leidt dat [schuldenaar] in de situatie verkeert waarin zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden. Het hof dient alle omstandigheden van het geval mee te wegen, waaronder de constatering dat het tweede voorstel van [schuldeiser] redelijk te noemen is en het hof ervan uitgaat dat [schuldeiser] dit aanbod nog steeds gestand zal doen.

De slotsom

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd.

4. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 20 augustus 2026.

Dit arrest is gewezen door mr. C.P. Lunter, mr. A.A.J. Smelt en mr. A.L. Goederee en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand