GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.345.629/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 179060
arrest van 29 september 2026
in de zaak van
1. [appellant]
2. [appellante]
die wonen in [woonplaats1]hierna samen: [appellanten]
advocaat: mr. J. Bolt
en
[geïntimeerde] , h.o.d.n. [bedrijf1]
die woont in [woonplaats2]hierna: [geïntimeerde]
advocaat: mr. J.W. de Vries
1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
Naar aanleiding van het arrest van 14 april 2026 hebben beide partijen een akte genomen. Vervolgens is een datum voor arrest bepaald.
2. De toelichting op de beslissing van het hof
Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de persoon van een te benoemen deskundige. Zoals in het tussenarrest van 14 april 2026 is aangekondigd zal het hof een deskundige benoemen die als lid-deskundige is verbonden aan de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen.
Partijen hebben het hof in e-mailberichten van 16 en 17 september 2026 bericht in te stemmen met de door het hof voorgestelde deskundige, mevrouw ing. [naam1] , lid-deskundige van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen, de door haar te hanteren algemene voorwaarden en het voorschot van € 17.835,40.
Het hof heeft in genoemd arrest overwogen dat de deskundige een redelijke prijs voor het daadwerkelijk uitgevoerde werk dient te bepalen en heeft in dat verband de volgende aan de deskundige te stellen vraag geformuleerd:"Wat is een redelijke prijs in de zin van artikel 7:752 lid 1 BW voor de door [geïntimeerde] en zijn
onderaannemers in de periode december 2015 tot december 2018 in regie uitgevoerde
verbouwing (arbeid en materialen) aan de woning van [appellanten] aan de [adres] te
[woonplaats3] , rekening houdende met een opslag van 10%?"
Beide partijen hebben een aanpassing van de vraagstelling voorgesteld. [appellanten] wenst dat aan de opdracht om een redelijke prijs voor het daadwerkelijk uitgevoerde werk wordt toegevoegd: “..voor zover dit geen herstelkosten van niet deugdelijke en/of tijdens de uitvoering beschadigd werk betreft”.
[geïntimeerde] heeft benadrukt dat reeds uitgevoerd werk op verlangen van [appellanten] regelmatig is aangepast of aangevuld en dat die omstandigheid door de deskundige in zijn beoordeling moet worden betrokken ook voor zover bepaalde werkzaamheden niet meer rechtstreeks uit het huidige eindresultaat zijn af te leiden. Hij wenst dat de vraag in verband daarmee wordt aangevuld.
Het hof verwerpt deze voorstellen. Zoals in het tussenarrest is overwogen verschillen partijen in vergaande mate van mening over de vraag welke werkzaamheden precies door [appellanten] zijn opgedragen, welke werkzaamheden door [geïntimeerde] zijn verricht en welke materialen zijn verwerkt. Daarbij wreekt zich dat partijen hun afspraken tijdens de bouw niet schriftelijk hebben vastgelegd en dat ook hun wijze van procederen niet heeft bijgedragen aan het verschaffen van de nodige duidelijkheid. Voor de rechtbank was dat reden geen deskundige te benoemen en alle vorderingen af te wijzen. In het tussenarrest van 14 april 2026 heeft het hof beslist dat het hof wel een deskundige zal benoemen om een redelijke prijs voor het daadwerkelijk uitgevoerde werk te bepalen. Daarbij heeft het hof benadrukt dat de deskundige veel vrijheid bij de uitvoering van haar taak krijgt, juist vanwege het feit dat partijen zoveel onduidelijkheid hebben laten bestaan over wat er tussen hen is afgesproken. Voor herhaalde discussies ten overstaan van de deskundige over wat wel en niet is afgesproken, hersteld of gewijzigd, is daarom geen plaats.
Het hof zal evenmin bepalen dat het prijsniveau van 2016 als maatstaf moet gelden. Er is geen vaste prijs of richtprijs overeengekomen en het werk werd op basis van regie verricht. Het werk is daadwerkelijk uitgevoerd in de periode eind 2015 tot eind 2018 zodat van de prijzen in die periode kan worden uitgegaan. [appellanten] stelt weliswaar dat het werk door toedoen van [geïntimeerde] is vertraagd, maar [geïntimeerde] heeft een heel andere lezing. Bovendien is niet gebleken dat [appellanten] tijdens het werk over de voortgang heeft geklaagd.
Het hof zal de als productie 2 bij conclusie van antwoord in conventie overgelegde offertes die zien op een deel van het uitgevoerde werk toevoegen aan de lijst stukken die aan de deskundige ter beschikking moeten worden gesteld, omdat [appellanten] daarom heeft verzocht en [geïntimeerde] daartegen geen bezwaar heeft gemaakt.
Aan de deskundige worden daarom door de griffier van het hof – naast de twee arresten van het hof – de volgende stukken overgelegd: • het verbouwplan van [adres2] (productie 2 bij dagvaarding)
• het bestek/de werkomschrijving (productie 1 bij conclusie van antwoord tevens
conclusie van eis in reconventie)
• de offertes (productie 2 bij conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie)
• het beeldverslag (productie 4 bij conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in
reconventie)
• de statische berekening van Ingenieursbureau HADO B.V. van 8 april 2016
(productie 2 bij conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in
reconventie)
• de verbouw specificatie die in 2017 in opdracht van [appellanten] is opgesteld in het
kader van een financieringsaanvraag (productie 3 bij dagvaarding)
• de eindafrekening van [geïntimeerde] (productie 7 bij dagvaarding)
• de Excel-sheet van [appellanten] in reactie op de eindafrekening (productie 7 bij
conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie)
• de Excel-sheet van [geïntimeerde] , in reactie op productie 7 van [appellanten] (productie 15 bij
conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie)
• de lijst die door [geïntimeerde] is overgelegd naar aanleiding van het tussenvonnis van de
rechtbank van I februari 2023 (productie 21 bij akte van 29 maart 2023).
Wat de discussie over in rekening gebrachte materialen/gereedschappen betreft, is het aan de deskundige om een oordeel te geven over een redelijke prijs voor het uitgevoerde werk (arbeid en materialen).
Partijen zijn het erover eens dat behalve partijen en hun advocaten ook de onderaannemers [bedrijf2] te [woonplaats2] en [bedrijf3] te [adres3] bij het onderzoek van de deskundige ter plaatse aanwezig mogen zijn om inlichtingen te verschaffen aan de deskundige en vragen te beantwoorden over het door hen uitgevoerde deel van het werk.
Na ontvangst van het deskundigenrapport zal de zaak naar de rol van vier weken later worden verwezen voor het nemen van memories na deskundigenbericht, eerst aan de zijde van [appellanten] en vervolgens aan de zijde van [geïntimeerde] .
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
Het hof:
Het hof benoemt tot deskundige:
mevrouw ing. [naam1] wonende te [woonplaats4]lid-deskundige van de Raad van Arbitrage in BouwgeschillenPostbus 192903501 DG UTRECHTtel. 030 2330168e-mail: info@raadvanarbitrage.nl
om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen over de volgende vraag:
"Wat is een redelijke prijs in de zin van artikel 7:752 lid 1 BW voor de door [geïntimeerde] en zijn
onderaannemers in de periode december 2015 tot december 2018 in regie uitgevoerde
verbouwing (arbeid en materialen) aan de woning van [appellanten] aan de [adres] te
[woonplaats3] , rekening houdende met een opslag van 10%?"
Het hof stelt het voorschot van de deskundige vast op € 17.836 (inclusief btw).Partijen moeten elk de helft van het voorschot betalen.
Aanwijzingen voor de deskundige
Pas als de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald, mag de deskundige met het onderzoek beginnen.
De deskundige moet schriftelijk antwoorden op de hiervoor geformuleerde vraag.
Bij de uitvoering van het onderzoek moet de deskundige de Leidraad deskundige in civiele zaken volgen die is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Als de deskundige vragen heeft, kan zij die stellen aan mr. M.M.A. Wind (dat is de raadsheer-commissaris).
De deskundige moet het deskundigenbericht vóór 15 februari 2027 sturen naar het hof (postbus 1704, 8901 CA in Leeuwarden).
Aanwijzingen voor partijen
Het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal aan beide partijen een factuur sturen voor de helft van het voorschot, derhalve ieder € 8.918 (inclusief btw). Dit voorschot moet binnen 4 weken na de datum op de factuur zijn betaald.
De griffier stuurt de deskundige kopieën van de in rechtsoverweging 2.8 genoemde stukken, van het arrest van 14 april 2026 en van dit arrest.
Partijen moeten de deskundige de inlichtingen geven waarom deze vraagt.
De zaak zal na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol van vier weken later worden verwezen. [appellanten] kan dan op het deskundigenbericht reageren. Vier weken later mag [geïntimeerde] daarop reageren.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. M.M.A. Wind , mr. C.P. Lunter en mr. S.M. Kingma, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.