GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummers gerechtshof 200.367.269 en 200.367.286
(zaaknummers rechtbank Overijssel 312289 en 320727)
beschikking van 1 oktober 2026
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. N. Nijenhuis-Kloosterboer,
en
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. W.F.A. Zwart-Peters.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 18 februari 2025 en 7 januari 2026 (hersteld op 3 februari 2026), uitgesproken onder voormelde zaaknummers. Hierna wordt de beschikking van 7 januari 2026 ook de bestreden beschikking genoemd.
2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het beroepschrift tevens wijziging verzoek met producties, ingekomen op 7 april 2026;
het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep en aanvullend verzoek met producties;
het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties;
een webformulier relatievermogensrecht namens de vrouw van 8 juni 2026;
een webformulier relatievermogensrecht namens de man van 14 juli 2026;
een journaalbericht namens de man van 24 augustus 2026 met producties;
een journaalbericht namens de vrouw van 24 augustus 2026 met producties.
De mondelinge behandeling heeft op 3 september 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
de man, bijgestaan door zijn advocaat en mr. J. Kossen,
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3. De motivering van de beslissing
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen algehele overeenstemming bereikt en het hof verzocht die overeenstemming in een beschikking vast te leggen. Hieruit leidt het hof af dat partijen hun verzoek in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd.
Partijen hebben de volgende afspraken gemaakt:
a. de man heeft vanaf 1 oktober 2026 geen verplichting meer om aan de vrouw een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud te betalen;
b. partijen doen over en weer afstand van elkaars pensioenaanspraken op grond van de Wet verevening pensioen bij scheiding;
c. de vrouw zal op zaterdag 12 september 2026 van de man nog de volgende inboedelzaken ontvangen:
het kunstwerk rond (eetkamer);
kunstschilderijen groot, twee keer (eetkamer)
twee Sonos boxjes (huiskamer)
side table (hal/gang)
lamp HK living (hal/gang)
kunstwerk Delden (hal/gang)
loungeset, bestaande uit hoekbank en tafel (buiten)
d. de dochter van partijen ( [dochter] ) mag de scooter houden en de man zal haar het kentekenbewijs geven;
e. de man zal de vrouw het certificaat van “de ring”, (partijen genoegzaam bekend), geven;
f. de man zal aan de vrouw wegens overbedeling voldoen € 140.000,-, welk bedrag ter gelegenheid van de levering van de voormalige echtelijke woning via de kwaliteitsrekening van de notaris zal worden voldaan;
Het hof zal beslissen in overeenstemming met wat partijen zijn overeengekomen en partijen veroordelen die afspraken uit te voeren. Deze veroordeling heeft geen verdere strekking dan om partijen een executoriale titel te verschaffen om zo nodig nakoming van de verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst af te dwingen. Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking, zoals hersteld in de beschikking van 3 februari 2026, gedeeltelijk vernietigen en beslissen als volgt.
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.
4. De beslissing
Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 7 januari 2026, zoals hersteld in de beschikking van 3 februari 2026, uitsluitend wat betreft de daarin vastgestelde partneralimentatie met ingang van 1 oktober 2026, de vergoeding wegens overbedeling en de verdeling van de hiervoor genoemde inboedelgoederen, en in zoverre opnieuw beschikkende:
veroordeelt partijen hetgeen zij op de mondelinge behandeling bij het hof op 3 september 2026 zijn overeengekomen (vastgelegd in 3.2. hiervoor) uit te voeren;
veroordeelt de man aan de vrouw wegens overbedeling te voldoen € 140.000,-, welk bedrag ter gelegenheid van de levering van de voormalige echtelijke woning via de kwaliteitsrekening van de notaris zal worden voldaan;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep;
bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L. Hamer, J.H. Lieber en M.L. van der Bel, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 1 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.