GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.365.878
zaaknummer rechtbank Gelderland 438440
beschikking van 24 september 2026
over het gezag en de omgangsregeling voor [minderjarige] ( [minderjarige] )
in de zaak van
[appellant] (de vader)
die woont in [woonplaats]
voormalig advocaat: mr. A.F.J. Huijgens (onttrokken sinds 7 juli 2026)
en
[geïntimeerde] (de moeder)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. B. Willemsen.
1. Samenvatting
De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft op 24 november 2025 het gezamenlijk gezag van de ouders over [minderjarige] beëindigd en de moeder alleen belast met het gezag over [minderjarige] . Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2. De procedure bij de rechtbank
De moeder heeft de rechtbank verzocht het gezag van de vader over [minderjarige] te beëindigen, de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder te bepalen en een zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vast te stellen.
De rechtbank heeft het gezamenlijk gezag van de ouders over [minderjarige] beëindigd, de moeder alleen belast met het gezag over [minderjarige] , en een voorlopige zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vastgesteld.
3. De procedure bij het hof
De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over het gezag. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift, ontvangen op 24 februari 2026
het bericht van de vader van 15 september 2026.
Bij brief van 10 maart 2026 heeft het hof de advocaat van de vader er op gewezen dat de zaak niet verder in behandeling kan worden genomen omdat de stukken niet compleet zijn. Het hof heeft in die brief genoemd welke stukken ontbreken en verzocht uiterlijk
24 maart 2026 die stukken toe te zenden.
Daarna heeft het hof de advocaat van de vader nog driemaal, tot uiterlijk 7 april 2026, 21 april 2026 en 19 mei 2026, de tijd gegeven de ontbrekende stukken in te dienen.
Op 7 juli 2026 heeft de advocaat van de vader zich onttrokken.
Het hof heeft de vader tot 19 augustus 2026 de tijd gegeven om een nieuwe advocaat te zoeken. Op de hierna te noemen mondelinge behandeling van 9 september 2026 heeft de vader opnieuw, tot uiterlijk16 september 2026, de gelegenheid gekregen om een nieuwe advocaat zich te laten stellen bij het hof.
De zitting bij het hof was op 9 september 2026. Aanwezig waren:
de vader
de advocaat van de moeder.
4. Het oordeel van het hof
In artikel 1.2.6. van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven staat dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard bij strijd met de goede procesorde als completering of aanlevering in het vereiste aantal ook na daartoe door het hof een hersteltermijn te hebben gekregen, achterwege blijft.
Zoals hiervoor uit het verloop van de procedure bij het hof blijkt, heeft het hof de vader ruimschoots in de gelegenheid gesteld de ontbrekende stukken in te (laten) dienen. Dat is niet gebeurd. Ook heeft de vader ruim de tijd gekregen van het hof om een andere advocaat te vinden nadat zijn aanvankelijke advocaat zich heeft onttrokken. Ook dat is niet gebeurd. Het bericht van de vader van 16 september 2026 waarin hij Hans van Legalitas als zijn nieuwe advocaat noemt is niet voldoende: de advocaat zelf moet zich melden bij het hof, dat is ook uitgebreid op de zitting besproken, en dat is niet gebeurd.
Aangezien deze hoger beroepsprocedure al sinds 24 februari 2026 bij het hof loopt, de vader voldoende de tijd heeft gekregen om het verzuim te herstellen, en de moeder en [minderjarige] ook recht hebben op duidelijkheid over het gezag, zal het hof het verzoek in hoger beroep van de vader afwijzen. Daarmee blijft de beslissing van de rechtbank over het gezag (dat nu alleen bij de moeder ligt) in stand.
5. De beslissing
Het hof:
wijst het verzoek van de vader in hoger beroep af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, P.B. Kamminga en
E. de Boer, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026.