Wat moet u doen?
Uw huidige rijbewijs moet worden aangepast . U hoeft uw rijbewijs niet meer naar ons op te
sturen. We hebben het namelijk al ontvangen.
U kunt bij de gemeente een nieuw rijbewijs aanvragen . U kunt het rijbewijs vanaf vandaag
aanvragen. (…)
Naar het oordeel van het hof volgt genoegzaam uit deze brief dat verdachte rijgeschikt is bevonden, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat het rijbewijs moet worden aangepast en dat verdachte daarom een nieuw rijbewijs moet aanvragen. Ook blijkt uit deze brief dat het ongeldige rijbewijs van verdachte nog in het bezit is van het CBR en niet aan verdachte was teruggegeven. Verdachte heeft erop vertrouwd dat hij mocht rijden omdat in de brief staat dat hij weer rijgeschikt is. Gezien de overige inhoud van de brief en uit het feit dat niet gebleken is dat verdachte nog navraag heeft gedaan bij het CBR, is dat vertrouwen te lichtvaardig geweest. Hij had daarom redelijkerwijs moeten vermoeden dat zijn rijbewijs nog steeds ongeldig was.
Gezien het vorenstaande is het hof van oordeel dat het rijbewijs van verdachte, dat in het bezit was van het CBR, op het moment dat verdachte werd aangehouden, nog ongeldig was en dat verdachte dat redelijkerwijs moest weten.
Het verweer wordt verworpen.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 96-004420-25 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-104544-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
zaak met parketnummer 96-004420-25:
1.hij op 10 december 2023 te [plaats 1] , [gemeente] , terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, [weg 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd;
zaak met parketnummer 96-104544-24 (gevoegd):
hij op 20 november 2023 te [plaats 2] , terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorie van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, [weg 2] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 96-004420-25 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-104544-24 bewezenverklaarde levert telkens op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een auto terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dat rijbewijs was ongeldig verklaard omdat de verdachte niet had meegewerkt aan een onderzoek naar zijn drugsgebruik. Verdachte wist of had moeten weten dat zijn rijbewijs ongeldig was, maar is toch weer gaan deelnemen aan het verkeer.
Door aldus te handelen heeft de verdachte in strijd gehandeld met een beslissing van het bevoegde gezag dat mede met het oog op de verkeersveiligheid is genomen.
Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van
6 augustus 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens strafbare feiten. Daarnaast liep verdachte ten tijde van het plegen van het onderhavige feit ook in een proeftijd van een eerdere veroordeling voor overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. Ook volgt uit dat strafblad dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Het hof houdt bij de strafoplegging verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die door verdachte en zijn raadsvrouw naar voren zijn gebracht ter terechtzitting van het hof en blijken uit het reclasseringsrapport van 12 september 2025.
Verdachte heeft verklaard dat hij op 13 augustus jongstleden een ongeluk heeft gehad waarbij hij ernstig gewond is geraakt. Hierdoor is de taakstraf die verdachte aan het uitvoeren was tijdelijk stopgezet. Verdachte verwacht dat hij, wanneer zijn enkel weer genezen is, weer kan gaan werken. Volgens verdachte staat het letsel oplegging van een taakstraf niet in de weg. Verdachte werkt aan zijn verslavingsproblematiek en heeft twee keer in de week hulp van begeleid wonen bij zijn dagelijkse planning.
De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit om aan verdachte een taakstraf op te leggen en niet de oriëntatiepunten te volgen. Verdachte heeft op dit moment begeleiding van de reclassering en dit verloopt goed. Een gevangenisstraf zou de positieve ontwikkeling die is ingezet frustreren.
Uit voornoemd reclasseringsrapport, dat is opgemaakt in een andere (recente) strafzaak tegen verdachte, volgt dat [reclassering] oplegging van reclasseringsinterventies geïndiceerd achtte en heeft geadviseerd om bij een veroordeling van verdachte in die betreffende strafzaak reclasseringstoezicht op te leggen. Dit toezicht, met bijzondere voorwaarden, is aan verdachte opgelegd bij vonnis van de politierechter op 29 september 2025. Dit vonnis is onherroepelijk.
Alles afwegende, acht het hof oplegging van een taakstraf van 80 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, zoals opgelegd door de politierechter en geëist door de advocaat-generaal, passend en geboden. Het hof zal verdachte daartoe veroordelen.
Gezien de persoonlijke omstandigheden zal het hof geen aansluiting zoeken bij de oriëntatiepunten. Het hof acht het van belang om het reclasseringscontact niet te onderbreken.
Vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 18-124184-22
In de zaak met parketnummer 18-124184-22 is verdachte op 2 december 2022 door politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen veroordeeld. Aan verdachte is toen (onder andere) een voorwaardelijke taakstraf opgelegd van 80 uren, met een proeftijd van twee jaren.
Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Verdachte heeft een nieuw strafbaar feit gepleegd voor het einde van de proeftijd. Daarom beveelt het hof de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf, te weten de tenuitvoerlegging van de taakstraf.
Vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 18-214451-21
In de zaak met parketnummer 18-214451-21 is verdachte op 24 mei 2023 door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 1 week, met een proeftijd van 2 jaren.
Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals hierboven weergegeven, zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen. Het hof acht het van groot belang dat verdachte de positieve weg die hij lijkt te zijn ingeslagen kan blijven vervolgen en dat hij onder toezicht van de reclassering kan blijven. De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf zou dit toezicht verstoren.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994. Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-004420-25 onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-004420-25 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-104544-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 96-004420-25 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-104544-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 2 december 2022, parketnummer 18-124184-22, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van: taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Centrale Verwerking O.M. van 22 mei 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 24 mei 2023, parketnummer 18-214451-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. G.A. Versteeg en mr. J. Bijlsma, in aanwezigheid van de griffier H. Pool en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 22 september 2026.
Mr. Bijlsma voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.