Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 25 september 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad zijn levensgezel, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] op haar oog te slaan;
2.hij op of omstreeks 25 september 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad [slachtoffer 2] heeft mishandeld door: - die [slachtoffer 2] te duwen waardoor die [slachtoffer 2] ten val kwam, - die [slachtoffer 2] meermalen op zijn oog en/of zijn mond, althans in/op/tegen het gezicht te slaan, - op die [slachtoffer 2] te gaan zitten, - die [slachtoffer 2] te wurgen en/of de keel van die [slachtoffer 2] dicht te knijpen/drukken;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.
Vrijspraak feit 1 en 2
De verdediging heeft vrijspraak van beide feiten bepleit, op grond van het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dan wel subsidiair - ten aanzien van feit 2 - op grond van noodweer.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het vonnis van de politierechter ten aanzien van de bewezenverklaring kan worden bevestigd. Zij heeft daarbij onder meer geconcludeerd dat onderscheidende en doorslaggevende betekenis aan de verklaring van de onafhankelijke getuige [getuige] moet worden toegekend.
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe het volgende.
Feit 1
Tegenover de door de ex-partner van de verdachte [slachtoffer 1] - pas op 10 oktober 2024 gedane - aangifte van mishandeling van 25 september 2024 staat de stellige ontkenning van de verdachte. De overige verklaringen in het dossier staan in dit verband (vrijwel) haaks op elkaar. De enige onafhankelijke getuige in dit dossier, [getuige] heeft omtrent het slaan van de verdachte op het oog van aangeefster niets verklaard. Het hof heeft derhalve onvoldoende overtuiging bekomen dat de verdachte zijn ex-partner [slachtoffer 1] op haar oog heeft geslagen, zodat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. De zich bij de aangifte van 10 oktober 2024 gevoegde (ongedateerde) foto’s van een blauw oog van [slachtoffer 1] , leggen in dit verband onvoldoende gewicht in de schaal.
Feit 2
Het hof stelt vast dat er op 25 september 2024 een confrontatie is geweest tussen de verdachte en zijn
ex-schoonvader [slachtoffer 2] . De precieze feitelijke toedracht van het incident is echter onduidelijk gebleven. De lezingen van de betrokkenen over wat er precies is gebeurd en in welke volgorde, weerspreken elkaar.
Zo heeft de verdachte verklaard wel enig geweld te hebben gebruikt tegen zijn ex-schoonvader, door hem vast te pakken bij het hoofd met zijn armen om de nek, waarbij wel enige kracht is uitgeoefend. Hij deed dit naar eigen zeggen echter om zijn ex-schoonvader te stoppen met de geweldplegingen jegens hem, uit zelfverdediging, omdat die hem hard in de arm en borst beet, sloeg en in zijn ogen krabde. Het hof constateert dat het letsel dat de verdachte kort na – en nog niet voor – dit incident blijkens het dossier had, goed kan passen bij deze door hem geschetste toedracht. De vader van de verdachte heeft ook een verklaring afgelegd die past bij de lezing van de verdachte.
De ex-partner van de verdachte (aangeefster) heeft daarentegen verklaard dat de verdachte haar tegen het oog heeft geslagen, waarna de verdachte ook haar vader aanviel. Haar vader heeft verklaard dat hij de verdachte zijn dochter zag slaan, waarna de verdachte hem duwde, met de vuist onder zijn oog sloeg, zijn keel dichtdrukte en hem op de grond op de ribben heeft geslagen.
Hij zou om die reden, uit zelfverdediging, in de arm van de verdachte hebben gebeten. Hij heeft ontkend het borstletsel van de verdachte te hebben veroorzaakt.
In het dossier zit ook een verklaring van een onafhankelijke getuige die als bestrater ter plaatse was,
[getuige] . Deze getuige heeft verklaard dat hij zag dat de verdachte [slachtoffer 2] aanviel en deze een paar klappen in het gezicht gaf, waarna [slachtoffer 2] op de grond terecht kwam en door de verdachte in een wurggreep werd gehouden. Getuige [getuige] heeft evenwel ook verklaard dat zijn eerste waarnemingen vanaf een afstand van 50 meter werden gedaan en dat een klein deel zich ook aan zijn zicht heeft onttrokken. Bij de politie heeft deze getuige bovendien verklaard dat het horen van geschreeuw op afstand, zijn aandacht trok. Naar het oordeel van het hof kan op grond van het voorgaande met onvoldoende zekerheid worden vastgesteld dat getuige [getuige] het incident vanaf het begin heeft waargenomen.
Bij deze stand van zaken is het hof van oordeel dat aan de verdachte het voordeel van de twijfel moet worden gegeven, in die zin dat zijn lezing, zoals hierboven omschreven, niet voor onaannemelijk kan worden gehouden. Die lezing houdt naar de kern genomen in dat de verdachte heeft gehandeld uit zelfverdediging, nadat [slachtoffer 2] de verdachte hem in de arm en borst beet, sloeg en in de ogen krabde. Gezien de aard van de aanranding is het hof van oordeel dat de wijze van verdediging van de verdachte in redelijke verhouding stond tot de ernst van de aanranding jegens hem, terwijl niet aannemelijk is geworden dat de verdachte zich aan de aanranding had kunnen en moeten onttrekken. Het (subsidiair gedane) beroep op noodweer slaagt derhalve.
Gelet daarop kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte met de subsidiair ten laste gelegde gedragingen wederrechtelijk en daarmee ‘mishandelend’ heeft gehandeld. De verdachte zal daarom ook van het subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 300,00.
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 809,45. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 59,45.
De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van hun oorspronkelijke vorderingen.
Omdat de verdachte niet schuldig wordt verklaard ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen, waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt, kunnen de benadeelde partijen niet in hun vordering worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de verdachte en de benadeelde partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de verdachte en de benadeelde partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Colijn, mr. J.W.P. van Heusden en mr. A.R.O. Mooy in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 september 2026.
Mr. Mooy is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]