ECLI:NL:CRVB:2026:1292

ECLI:NL:CRVB:2026:1292

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 24/1439 PW-PV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Afwijzing aanvraag. Onduidelijke woon-, leef- en financiële situatie. De onderzoeksbevindingen bieden een voldoende feitelijke grondslag voor de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat appellant verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden. Zo was de woning van appellant slechts summier gemeubileerd. Ook zijn er meerdere auto’s op naam van appellant gehuurd, waarvan de financiering niet inzichtelijk is gemaakt. Er is aldus geen duidelijkheid over zijn woon- en leefsituatie en zijn financiële situatie.

Uitspraak

24/1439 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2024, 23/6593 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland (college)

Datum uitspraak: 8 september 2026

Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte

Griffier: J. Bonnema

De zitting is gehouden op 8 september 2026. Voor appellant is mr. J. Berkouwer, advocaat, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door K. Ovaa.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1.1. Appellant staat sinds 30 mei 2022 ingeschreven op een adres in [woonplaats] (opgegeven adres) en ontving sinds 31 mei 2022 bijstand van het college. Met een besluit van 5 oktober 2022 heeft het college de bijstand van appellant met ingang van 31 mei 2022 ingetrokken en teruggevorderd over de periode van 31 mei 2022 tot en met 31 augustus 2022. Nadat het college twee eerdere aanvragen heeft afgewezen, heeft appellant op 31 januari 2023 de hier aan de orde zijnde aanvraag om bijstand ingediend.

1.2. Met een besluit van 11 april 2023 heeft het college de aanvraag van 31 januari 2023 afgewezen. Het college heeft met een besluit van 20 september 2023 (bestreden besluit) het bezwaar tegen het besluit van 11 april 2023 ongegrond verklaard. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woont op het opgegeven adres. Daarnaast is onduidelijk hoe appellant het huren van diverse auto’s bekostigd, zodat het college niet vast kan stellen dat appellant bijstandsbehoevend is.

2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee dit besluit in stand gelaten.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd aan dat hij afdoende heeft bewezen woonachtig te zijn geweest op het opgegeven adres. Hij heeft diverse bewijzen overgelegd, zoals getuigenverklaringen, en een verklaring gegeven voor het lage waterverbruik. Daarnaast dient mee te wegen dat inmiddels wel bijstand wordt verstrekt op nog steeds hetzelfde adres. Over de huurauto’s is in bezwaar en beroep alles uitgelegd en zijn de aanwezige bewijzen overgelegd. Er is onvoldoende aan de belangen van appellant gedacht. Er waren psychische problemen. Sinds appellant is verhuisd naar de gemeente Lansingerland zijn grote problemen ontstaan door allemaal negatieve besluiten.

4.1. Iemand die bijstand aanvraagt moet aannemelijk maken dat hij recht heeft op bijstand. De bewijslast van de bijstandbehoevendheid rust dus in beginsel op de aanvrager. Een aanvrager moet daarom feiten en omstandigheden aannemelijk maken die duidelijkheid geven over zijn woon- en leefsituatie en over zijn financiële situatie. Daarna moet de bijstandverlenende instantie in het kader van de onderzoeksplicht deze inlichtingen op juistheid en volledigheid controleren. Indien ook na dat onderzoek de aanvrager de vereiste duidelijkheid niet heeft verschaft, vormt dat een grond om de aanvraag af te wijzen. Dit is vaste rechtspraak.

4.2. Appellant moet dus als aanvrager aannemelijk maken dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert en dat hij recht heeft op bijstand. Hij is daarbij verplicht juiste en volledige informatie over zijn woonadres en financiële situatie te verstrekken, aangezien deze gegevens van essentieel belang zijn voor de verlening van bijstand en daarover volledige duidelijkheid verschaffen.

4.3. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de onderzoeksbevindingen, in onderlinge samenhang bezien, een voldoende feitelijke grondslag bieden voor de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat appellant verkeert in bijstandsbehoevende omstandigheden. Tijdens het huisbezoek van 14 maart 2023 is, zeer geruime tijd na de verhuizing naar dit adres, vastgesteld dat de woning van appellant slechts summier gemeubileerd was. Er waren onder andere geen koelkast, kasten, bank en eettafel met stoelen aanwezig. Er was ook geen voedsel in de woning. De woonsituatie was zodanig dat het de vraag is of dit werkelijk de plaats van het hoofverblijf van appellant was. Ook het waterverbruik was erg laag, namelijk 9m3 in negen maanden. De verklaringen van de buren zeggen niets over of en hoe de buren hebben waargenomen dat appellant zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Ook zijn er meerdere auto’s op naam van appellant gehuurd. Appellant heeft weliswaar later een verklaring gegeven voor het huren van de auto’s, maar hij heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat hij niet zelf de auto’s heeft gehuurd en betaald. Appellant heeft ook de financiering van de auto’s niet inzichtelijk gemaakt. Het kan zijn dat het ongewone gedrag van appellant, bijvoorbeeld rondom het gebruik van de woning op het opgegeven adres, werd beïnvloed door zijn psychische gezondheid, maar dit leidt er niet toe, dat – daarmee rekening houdend – wel duidelijkheid is ontstaan over zijn woon- en leefsituatie en zijn financiële situatie.

5. De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing in stand blijft. Dit betekent ook dat appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht krijgt.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) J. Bonnema (getekend) O.L.H.W.I. Korte

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 12 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1199.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand