ECLI:NL:CRVB:2026:1261

ECLI:NL:CRVB:2026:1261

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer 25/2174 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Mate van arbeidsongeschiktheid terecht vastgesteld op 48,52%. Zorgvuldig medisch onderzoek. Medische beperkingen appellant niet onderschat. Geduide functies overschrijden de vastgestelde medische belastbaarheid niet. Maatmanomvang niet onjuist vastgesteld.

Uitspraak

SAMENVATTING

25/2174 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 19 september 2025, 24/478 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 23 september 2026

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 18 april 2023 heeft vastgesteld op 48,52%. Volgens appellant heeft hij meer (medische) beperkingen dan het Uwv heeft aangenomen. Daarom kan hij niet de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies vervullen. Ook heeft appellant aangevoerd dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de maatmanomvang onjuist heeft vastgesteld. De Raad volgt deze standpunten niet en komt tot het oordeel dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage juist heeft vastgesteld.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en vragen van de Raad beantwoord.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 12 augustus 2026. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Brauer. Voor het Uwv heeft mr. M.F.H.H. Fuchs via videobellen aan de zitting deelgenomen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant heeft voor het laatst gewerkt als medewerker recycling (de zogenoemde maatman). Op 31 mei 2016 heeft hij zich ziekgemeld met psychische en lichamelijke klachten. Na afloop van de voorgeschreven wachttijd heeft het Uwv aan appellant met ingang van 29 mei 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend. De mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 80 tot 100%. Na afloop van de loongerelateerde periode heeft het Uwv appellant met ingang van 29 augustus 2018 in aanmerking gebracht voor een WGAloonaanvullingsuitkering, waarbij appellant onverminderd volledig arbeidsongeschikt is geacht.

In verband met een herbeoordeling heeft onderzoek plaatsgevonden door een arts en een arbeidsdeskundige van het Uwv. De arts heeft vastgesteld dat appellant bij het verrichten van werkzaamheden beperkingen heeft en heeft die beperkingen neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 31 maart 2023. De arbeidsdeskundige heeft voor appellant functies geselecteerd. Het Uwv heeft bij besluit van 18 april 2023 de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 62,91% en bepaald dat de WGAloonaanvullingsuitkering de eerste 24 kalendermaanden niet wijzigt. Deze periode van 24 kalendermaanden loopt tot en met 30 april 2025.

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 april 2023. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 18 augustus 2023 een gewijzigde FML opgesteld. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat de geselecteerde functies nog steeds passend zijn. Daarnaast heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep vastgesteld dat de arbeidsdeskundige het maatmaninkomen en de maatmanomvang onjuist heeft vastgesteld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft dit gecorrigeerd en de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op 48,52%. Bij besluit van 10 januari 2024 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant in zoverre gegrond verklaard dat de mate van arbeidsongeschiktheid is gewijzigd.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek door de (verzekerings)artsen van het Uwv op zorgvuldige wijze verricht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft kennis genomen van het dossier en het bezwaar van appellant. Ook heeft hij appellant gesproken tijdens de hoorzitting en aansluitend een lichamelijk en oriënterend psychisch onderzoek uitgevoerd. Bovendien heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep de brief van de revalidatiearts van 6 juli 2022 meegewogen in zijn beoordeling. De revalidatiearts beschrijft dat sprake is van veel stress en boosheid na het ongeluk in 2021. Daarnaast wordt gesproken van veel emotionele onrust, angsten, herbelevingen van het ongeval en angst om te gaan slapen. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om aan te nemen dat er dusdanige onduidelijkheden waren over de psychische klachten van appellant dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een GZpsycholoog had moeten raadplegen. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat met het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 18 augustus 2023 inzichtelijk en overtuigend is gemotiveerd waarom geen verdergaande beperkingen zijn aangenomen. De medische stukken die appellant in beroep heeft ingediend, hebben niet tot een andere conclusie geleid. Uitgaande van de juistheid van de FML van 18 augustus 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellant. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de vaststelling van de maatmanomvang voldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd. De rechtbank heeft zich verenigd met de daaraan verbonden conclusies.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft tegen die uitspraak aangevoerd dat het medisch onderzoek, met name ten aanzien van zijn psychische klachten, onzorgvuldig was. Hij is van mening dat het Uwv een nader onderzoek had moeten laten doen door de klinisch psycholoog die bij het Uwv in dienst is of een externe deskundige had moeten inschakelen. Er hadden verdergaande beperkingen moeten worden aangenomen vanwege de psychische klachten en ook met de handklachten is onvoldoende rekening gehouden. Verder staat vast dat appellant lijdt aan astma en had daarom een beperking moeten worden aangenomen op beoordelingspunt 3.5 (stof, rook, gassen en dampen). Omdat appellant van mening is dat de (verzekerings)artsen zijn beperkingen hebben onderschat, acht hij zich ook niet in staat om de geselecteerde functies te vervullen. Daarnaast heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten onrechte de maatmanomvang heeft gewijzigd. In dit verband heeft appellant benadrukt dat hij fulltime werkte.

Het standpunt van het Uwv

4. Het Uwv heeft verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen.

Het oordeel van de Raad

5. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid op 48,52% in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Op grond van artikel 5 van de Wet WIA bestaat recht op een WIA-uitkering als een betrokkene ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend door het loon dat een betrokkene in zijn laatste werk nog had kunnen verdienen, te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies. Deze beoordeling is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek. Beide aspecten worden hieronder besproken.

Medische beoordeling

Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat het onderzoek van de artsen van het Uwv voldoende zorgvuldig is geweest. De beroepsgrond dat het Uwv een nader onderzoek had moeten laten doen door een klinisch psycholoog of een externe deskundige had moeten inschakelen, slaagt niet. Zowel in de primaire fase als in bezwaar is appellant gezien door een (verzekerings)arts van het Uwv, waarbij onder andere een (oriënterend) psychisch onderzoek is gedaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had bovendien de beschikking over informatie van de huisarts en revalidatiearts. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan de hand van het samenstel aan informatie onvoldoende in staat was om het psychische toestandsbeeld op de datum in geding te beoordelen.

De rechtbank heeft ook terecht geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de juistheid van de FML van 18 augustus 2023.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat de psychische klachten het gevolg zijn van al langer bestaande psychosociale stressoren en mogelijk beperkte copingvaardigheden van appellant. De psychische problematiek is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep het beste te kwalificeren als een chronische aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken. In de FML zijn beperkingen aangenomen, waarmee appellant wordt ontzien ten aanzien van onder andere cognitieve inspanningen onder tijdsdruk. Mede gezien de prikkelbaarheid zijn ook beperkingen aangenomen ten aanzien van sociaal belastende activiteiten. In een rapport van 17 maart 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk toegelicht dat de brief van de huisarts die appellant in beroep heeft ingediend geen aanleiding geeft om verdergaande beperkingen aan te nemen.

In de FML zijn ook beperkingen aangenomen vanwege de klachten aan de rechterpols en -hand. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat hij bij lichamelijk onderzoek een goede spiermassa van de hand zag, wat wijst op een regelmatig normaal gebruik van de hand. Daarnaast leek de beweeglijkheid wel licht beperkt te zijn ten opzichte van de andere hand, maar was de bewegingsbeperking afgenomen ten opzichte van een onderzoek dat in 2018 werd verricht. Omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het wel voorstelbaar acht dat appellant bij veel kracht zetten op den duur meer klachten krijgt, is zware handenarbeid volgens hem niet geschikt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarom een aanvullende beperking aangenomen op beoordelingspunt 4.3.6 (hand- en vingergebruik). Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd biedt geen aanknopingspunten om te oordelen dat hiermee onvoldoende rekening is gehouden met de handklachten.

Wat betreft de klachten als gevolg van astma heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegelicht dat de informatie die is vermeld in het huisartsenjournaal erop wijst dat de astma goed onder controle was. Verder blijkt uit het dossier dat appellant vooral ’s nachts last heeft van astmatische activiteit en dat er mogelijk andere factoren zijn die de klachten uitlokken. Er zijn geen aanwijzingen dat appellant op de datum in geding beperkt was ten aanzien van de blootstelling aan stof, rook, gassen en dampen. Appellant heeft ook geen stukken ingediend waaruit dit blijkt. De Raad ziet daarom ook op dit punt geen aanleiding om de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor onjuist te houden.

Arbeidskundige beoordeling

Uitgaande van de juistheid van de FML van 18 augustus 2023 heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellant.

De gronden die appellant heeft aangevoerd over de wijziging van de maatmanomvang door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep treffen geen doel. Uit het dossier blijkt dat de arbeidsdeskundige is uitgegaan van de in 2018 vastgestelde maatmanomvang van 39,85 uur per week. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in bezwaar toegelicht dat hierbij ten onrechte het aangiftetijdvak dat loopt van 23 mei 2016 tot en met 19 juni 2016 is betrokken. Bij dit aangiftetijdvak staan 103 werkuren vermeld, terwijl appellant al op 31 mei 2016 is uitgevallen en het hoogst onwaarschijnlijk is dat 103 uren zijn gewerkt in één week. Het tijdvak bevat daarmee niet-representatieve gegevens en moet daarom worden uitgesloten. Ook het tijdvak dat loopt van 28 maart 2015 tot en met 24 april 2016 is niet representatief, omdat appellant pas op 18 april 2016 in dienst is getreden. Ook dit tijdvak moet dus buiten beschouwing worden gelaten. Uitgaande van het aantal gewerkt uren in het aangiftetijdvak van 25 april 2016 tot en met 22 mei 2016 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de omvang van de maatman vastgesteld op 27 uur per week. Dit komt overeen met de maatmanomvang die in 2017 is vastgesteld bij een Eerstejaars Ziektewet-beoordeling. Het sluit ook aan bij een rapport dat op 7 augustus 2017 door een arbeidsdeskundige is opgesteld in opdracht van de (ex-)werkgever van appellant. In dit rapport staat namelijk dat appellant gemiddeld 27 uur per week werkte. De enkele, niet nader onderbouwde, stelling van appellant dat hij fulltime werkte leidt niet tot het oordeel dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de maatmanomvang onjuist heeft vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de toekenning van de WIA-uitkering aan appellant waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 48,52% in stand blijft.

6. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van G.T. Hunsel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026.

(getekend) S. Wijna

(getekend) G.T. Hunsel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand